Member details
Gebruikersnaam
Wachtwoord
 
Wachtwoord vergeten?
 
 

Bleker’s natuurwet: niet uit te leggen!

 
Aandachtige lezing maakt helder dat er één kernprobleem is met de voorgestelde nieuwe natuurwet: de wet is niet uit te leggen. Niet aan rechtenstudenten, niet aan ondernemers en zeker niet aan kinderen. De nieuwe wet maakt veel inzet uit het verleden ongedaan en mist respect voor dieren.

Een uitgangspunt van de natuurwet is dat het Nederlandse natuurbeschermingsrecht niet verder mag gaan dan het Europese recht. Niet uit te leggen aan studenten die wij juist vertellen dat de Europese natuurwetgeving niet is bedoeld om het nationale recht geheel te vervangen: het gaat vooral om die zaken die beter op bovennationaal niveau geregeld kunnen worden. Aanvullend nationaal natuurbeschermingsrecht blijft noodzakelijk om natuurwaarden goed te beschermen. Door dat aanvullende recht te schrappen maakt Bleker van Nederland een achterblijver op het gebied van natuurbeleid.

Zo wil Bleker de waarden als weidsheid, ongereptheid, stilte en donkerte vannatuurgebieden als de Waddenzee, de Biesbosch en de Gelderse Poort geen bescherming meer bieden via het natuurbeschermingsrecht. Weliswaar kan het ruimtelijke ordeningsrecht een beschermende rol vervullen, maar dit spoor laat veel ruimte voor afwegingen en politieke invloeden. Lange termijnbescherming is dan minder gewaarborgd.
Hoe moet dit worden uitgelegd aan de burger die juist deze bredere natuurwaarden zo waarderen?

80 dier- en 100 plantensoorten zullen hun beschermde status verliezen

Moeilijk uit te leggen is ook dat alleen nog de op relevante Europese en internationale lijsten geplaatste dier- en plantensoorten beschermd worden verklaard.
Voor alle andere soorten vervallen de verboden op onder andere het verstoren, het vangen en het vernielen van voortplantings- en vast rust- en verblijfplaatsen. Maar liefst ruim 80 diersoorten (waaronder zeehond, das, vuursalamander en vele bedreigde vlinders) en zo’n 100 plantensoorten (waaronder parnassia en vele orchideeën) zullen met het voorstel hun beschermde status verliezen, zonder dat deze soorten zichzelf intussen beter kunnen redden.
Al deze soorten zullen enkel onderwerp worden van een algemene zorgplicht en een verbod op opzettelijk doden. Hoe leggen wij dit uit aan studenten die weten dat er in de praktijk vrijwel geen mogelijkheden zijn om zo’n veel te algemene zorgplicht te handhaven?
Hoe leggen we uit dat alle inzet, ook financieel, voor de bescherming van bijvoorbeeld dassenburchten slechts een tijdelijke investering betrof?
En hoe leggen we uit dat tientallen soorten die straks hun beschermde status verliezen op een ‘rode lijst’ van bedreigde soorten staan?

Artikel 8 van het Biodiversiteitsverdrag en andere verdragen eisen juist dat wij die soorten goed beschermen en herstel mogelijk maken.

Opvallend is dat de lijn ‘alleen wat Europees moet’ niet gevolgd wordt bij onderwerpen waaraan het CDA in het verleden veel belang heeft gehecht.

Een voorbeeld is het mogen doden van bepaalde schadelijke diersoorten door landeigenaren zoals boeren. Het CDA-amendement in artikel 65 van de Flora- en faunawet dat het voldoende is dat schadedreiging érgens in een gebied van een wildbeheerseenheid (gemiddeld 5000 ha) dreigt, en dat ook voldoende is dat die schade pas volgend jaar mogelijk zal optreden, is ook opgenomen in de natuurwet.
Hoe leggen we uit dat overal de verschillen met het Europese recht worden geschrapt en een dergelijke ‘CDA-riedel’ letterlijk in artikel 3.12 van het voorstel is terug te vinden? En hoe leg ik ondernemers uit dat zij last blijven houden van het recht? De natuurdoelen die op grond van het Europese recht gehaald moeten worden, worden door de plannen van Bleker juist minder goed bereikbaar.
En wanneer de natuur er slecht voor blijft staan, blijven ondernemers last hebben van het recht: ieder mogelijk negatief effect leidt dan immers al snel tot onderzoeksplichten en juridische discussies.

Niet uit te leggen aan kinderen
Onze grootste zorg is dat het niet aan kinderen is uit te leggen. Snappen zij het dat edelherten, wilde zwijnen, grauwe ganzen en enkele andere diersoorten in de toekomst ook weer gewoon voor ‘de fun’ afgeschoten mogen worden? En hoe leggen we uit dat het opzettelijk verstoren van vogels niet langer verboden is wanneer dit het voortbestaan van de soort niet beďnvloed? En hoe leggen we het hen later uit? De essentie van duurzaamheid is dat we de soortenrijkdom ook voor toekomstige generaties laten voortbestaan. Zullen zij het begrijpen wanneer we veel bedreigde soorten uit Nederland laten verdwijnen omdat het van Europa niet hoefde?




Kees Bastmeijer is hoogleraar natuurbeschermings- en waterrecht aan de Tilburg University. Chris Backes is hoogleraar bestuursrecht, Universiteit van Maastricht. De auteurs zijn nauw betrokken bij de nationale discussie over de herziening van het natuurbeschermingsrecht door de rijksoverheid, ondermeer door lidmaatschap van adviescommissies.


 

Tags

 
 

2 Hyvers respecteren dit

  • Inge
  • Corry
 
  • Steunpunt St-Houvast

    MINIMABELANGEN-St-Houvast-Heerenveen



    De nieuwe natuurwet mist elke wetenschappelijke basis en zal daarom contraproductief blijken te zijn, stelt prof. Han Olff.

    Het kabinet-Rutte is op dit moment bezig met het op de schop nemen van de wetgeving rond natuur.

    De nieuwe Wet natuur moet de opvolger worden van drie bestaande wetten op dit gebied: de Flora- en faunawet, de Natuurbeschermingswet en de Boswet. De regering heeft de concepttekst inmiddels gepubliceerd.

    Tot 18 november kan iedereen die dat wil hierop reageren.

    De bescherming van bestaande natuurgebieden blijft volgens de nieuwe wet grotendeels intact. De natuur buiten de beschermde natuurgebieden wordt echter in ?belangrijke mate vogelvrij verklaard.

    Zo wordt de bescherming van 149 planten en diersoorten opgeheven en wordt de wettelijke basis gelegd voor een nieuwe natuurvisie van dit kabinet. Deze visie gaat het huidige Natuurbeleidsplan uit 1990 vervangen, de basis van het natuurbeleid van de afgelopen twintig jaar met als zichtbaarste resultaat de Ecologische Hoofdstructuur (EHS).

    Vanaf nu gaat er wat het kabinet betreft een nieuwe wind waaien: er zal volgens deze wet straks sprake zijn van „de integratie van dat (natuur)beleid met het algemene economisch beleid, de handelspolitiek, het landbouw- en visserijbeleid en het innovatiebeleid van het Rijk.”

    In gewoon Nederlands: dit kabinet kiest ervoor dat natuurbelangen economische belangen zoals landbouw, visserij, en de uitbreiding van woonwijken en industrie niet langer mogen dwarszitten, vooral buiten de beschermde (Natura 2000-)gebieden.

    Praktisch gezien betekent dit dat karakteristieke Nederlandse soorten zoals de smient en de kolgans voortaan weer geschoten mogen worden ten behoeve van plezierjacht en dat iedereen orchideeën mag uitsteken om ze in z’n tuin te zetten zolang ze maar niet in een natuurreservaat staan.

    De nieuwe Wet natuur en de natuurvisie missen, in tegenstelling tot hun voorgangers, elke wetenschappelijke basis. De EHS was gebaseerd op twee belangrijke wetenschappelijke ideeën: de eilandbiogeografische theorie en metapopulatietheorie. Beide voorspellen ze dat fragmentatie van landschappen en verkleining van natuurreservaten noodzakelijk tot een verlies van biodiversiteit leiden. Omdat uitvoerig is bewezen dat beide theorieën kloppen, was het goed dat deze theorievorming in 1990 haar weg vond naar wet­geving en beleid.

    Nu twintig jaar na dato het natuurbeleid en bijbehorende wetgeving weer op de schop gaan, zou te verwachten zijn dat daarbij gebruik wordt gemaakt van het voortschrijdend wetenschappelijke inzicht van de afgelopen periode.

    Daar is echter helaas niets van terug te vinden.

    Natuurbeleid en -wetgeving worden teruggebracht tot een boekhoudkundige actie: we beschermen voortaan alleen de soorten en gebieden die we volgens Europese regels móéten beschermen. Feitelijk betekent dit twintig jaar terug in plaats van twintig jaar vooruit.

    Dit negeren van wetenschappelijke kennis voor wetgeving en beleid kan twee gronden hebben: óf het kabinet denkt dat er geen relevante nieuwe wetenschappelijke ontwikkelingen zijn die de moeite waard zijn om hun weg te vinden naar het beleid, en/of het kabinet denkt dergelijke kennis niet nodig te hebben omdat het simpelweg de politieke keuze maakt voor economie boven natuur.
    Beide redeneringen zijn naar mijn stellige overtuiging gebaseerd op een verkeerde voorstelling van zaken. De wetenschap heeft de afgelopen twintig jaar relevante en belangrijke nieuwe wetmatigheden aan het licht gebracht: vooral het herkennen van zogenoemde eco­systeemdiensten. Natuur heeft veel meer waarde dan de enkele ‘door Europa verplichte’ soorten.

    Er is aangetoond dat grootschalige landschappen en ecosystemen, met veel interacties tussen (vaak algemene) soorten, een enorm economisch nut en maatschappelijke waarde hebben.

    Natuur is nodig voor onder meer de regulatie van het klimaat, het tegengaan van overstromingen, het voorzien in schoon drinkwater, de onderdrukking van ziekten en plagen, het voorzien in recreatiemogelijk­heden, handhaving van luchtkwaliteit, het opruimen van meststoffen et cetera.

    Steeds beter kunnen biologen, samen met economen en geowetenschappers, kritische waarden aangeven van het benodigde natuurlijk kapitaal dat dergelijke noodzakelijke ecosysteemdiensten mogelijk maakt. Helaas is het zo dat dit vaak economische waarden oplevert waarvan de ruimtelijke en temporele schalen landsgrenzen, natuurreservaten en kabinetsperioden overschrijden.

    Als deze waarden echter ontkend worden en natuurbehoud alleen gezien wordt als een aantasting van lokale economische belangen, zal goedkoop uiteindelijk duurkoop blijken te zijn.

    Terwijl we met behulp van bijzonder veel belastinggeld onze systeembanken overeind houden, laten we onze ‘systeem-landschappen’ gewoon omvallen.

    Het resultaat is hetzelfde: als je ze kwijt bent krijg je ze niet meer terug, of alleen tegen een veelvoud van wat het kost om wat er nu is, te behouden.

    De auteur is hoogleraar ecologie en natuurbeheer aan de Rijksuniversiteit Groningen.
    ...Lees meer
    22 okt 2011, 09:51
  • Steunpunt St-Houvast

    MINIMABELANGEN-St-Houvast-Heerenveen

    Gemeenten en provincies hebben veel vrijheid om de ernst te bepalen van bodemvervuiling. Landelijke richtlijnen voor het aanwijzen van zogenoemde 'humane spoedlocaties' bestaan, maar het is aan de lokale overheid om die te interpreteren.

    Dit blijkt uit een rondgang van NU.nl langs 43 gemeenten en provincies.
    Aan alle verantwoordelijke instanties werd gevraagd naar aanvullende informatie over de vervuilde grond in hun regio.

    Lokale overheden

    Humane spoedlocaties worden door de overheid gedefinieerd als plekken waarbij de vervuiling kan leiden tot risico’s voor de menselijke gezondheid. Het is aan de lokale overheden om vast te stellen in hoeverre dit zo is. Met de bevoegde overheden is afgesproken dat deze plekken uiterlijk in 2015 zijn gesaneerd of dat ten minste de risico’s beheersbaar zijn gemaakt.

    Eerder deze maand kwam het ministerie van Milieu en Infrastructuur naar buiten met een lijst met 414 plekken met potentiële humane risico’s. Over welke plekken op deze lijst thuis horen heerst weinig eenduidigheid. Het ministerie geeft zelf aan dat bodemsanering maatwerk is.

    "Decentrale overheden kennen de situatie, weten hoe de locatie nu wordt gebruikt en hoe de locatie in de toekomst mogelijk gebruikt gaat worden", licht het ministerie in een reactie toe. "Zij hebben de bevoegdheid om het gebruik aan te passen. En op grond van de Wet bodembescherming hebben zij ook de bevoegdheid om saneringsmaatregelen te nemen."


    Interpretatie

    Zo werd het aantal humane spoedlocaties in Gelderland in de eerste helft van 2011 bijna gehalveerd van 38 tot 20 nadat nader onderzoek uitwees dat de vervuiling van een aantal chemische wasserijen toch geen reëel risico opleverde voor de volksgezondheid.

    In Groningen nam het aantal spoedlocaties in dezelfde periode echter toe van 3 tot 26. Volgens een woordvoerder van de provincie Groningen zijn deze grote verschillen voor een belangrijk deel te verklaren door een verschil in interpretatie tussen de verschillende overheden over wat als risicolocatie moet worden aangemerkt.

    De dertig grootste gemeenten en dertien provincies zijn ieder afzonderlijk verantwoordelijk voor de sanering van de vervuilde grond. Ook ligt bij deze lagere overheden de plicht om de omwonenden te informeren. Met behulp van de door de gemeenten en provincies aan NU.nl verstrekte informatie is het volgende overzicht gemaakt.
    ZIE DE KAART: http://www.nu.nl/binnenland/2647656/richtlijnen-bodemvervuiling-vrij-interpretatie.html

    De volledigheid van de verstrekte informatie verschilt sterk per overheid. Niet alle gemeenten en instanties waren in staat alle gegevens rondom de humane spoedlocaties te verstrekken.(h)
    ...Lees meer
    22 okt 2011, 14:38
 

Andere blogs in oranjewoud (5)

 
Steunpunt St-Houvast

MinimaSteunPunt-Heerenveen ook op Facebook

27 apr, 14:33

Ons steunpunt heeft het druk. En dat is logisch gezien de laatste ontwikkelingen die voornamelijk...
Frank

GGZ Heerenveen

10 aug 2012, 19:38

Het werk van de GGZ Heerenveen is belangrijk. Lid worden kan via GGZ Heerenveen wel even intikken...
Steunpunt St-Houvast

Bleker’s natuurwet: niet uit te leggen!

21 okt 2011, 19:49

Aandachtige lezing maakt helder dat er één kernprobleem is met de voorgestelde nieuwe natuurwet:...
Steunpunt St-Houvast

En aan de inhoud mogen geen rechten mogen ontleend. :lollol:

16 aug 2011, 14:48

Ach die kleine lettertjes toch :lolonground: Hoelang staan die er al? En hoevaak werd daar al wat over...
Steunpunt St-Houvast

Indicatiestelling en niet pgb doet zorgkosten stijgen!

23 jul 2011, 13:59

Gebaseerd op: Economisch Statististische Berichten(y)

Niet het persoonsgebonden budget (pgb)...